Feeds:
Berichten
Reacties

SI TOUS LES ENTERRÉS…

Une idée insolite m’est venue à l’esprit
à l’occasion d’une excursion à Paris.

Lors d’une flânerie,
au cimetière du Père-Lachaise
détendu, attentif, à mon aise,
j’ai fait arrêt
devant le tombeau d’Alfred de Musset,
cette illustre célébrité qui y repose,
cet enfant terrible du romantisme
rassasié de grandes passions,
qui avait prié ses bons amis
qu’ils planteraient
son arbre favori
à l’endroit où il serait enterré…
son arbre préféré.

Depuis, un saule y est pour de Musset.
A partir d’ici, très vite, une idée insolite me venait à l’esprit…

Si la population entière de chaque cimetière,
si tous les enterrés, jeunes et agés,
modestes et célèbres, artistes, ouvriers,
avaient pu choisir leur arbuste privé,
leur chêne robuste ou beau bouleau,
leur saule pleureur en toute splendeur,
il y aurait partout et tout plein, en villes et aux villages
de nouveaux sous-bois couverts de fleurs
à admirer en partage.

Ainsi, chaque fois
que nous nous promènerions dans ces bois,
nous commémorerions,
sans distinction,
tous les bien-aimés
qui nous ont quittés.

Romain-C. Stofferis

Koeien in de Lente

Koeien in de Lente

MET DE S VAN SATAN

MET DE S VAN SATAN

Zit de wereld wel zo goed ineen
als men door de eeuwen heen
durft te beweren?

…Dat die goede god
op aarde eens zal wederkeren
om te berechten een-voor-een,
om te bepalen ieders lot.

Het kan geen twijfel lijden,
het zo geheten laatste oordeel
wordt het mega-schouwspel aller tijden.
Voor mij alvast een ietsje in mijn voordeel.

Want, gelukkig maar, begint mijn naam
met de S van Satan.
Letter negentien van ’t alfabet.
Zodat ik mij, onbevreesd en onverlet,
met enig uitstel op ’t appel
kan begeven richting hel.

…Waar ik behalve om te boeten,
menig vriend en kennis zal ontmoeten.

Romain-C. Stofferis

DES LARMES EPHEMERES

DES LARMES EPHEMERES

Chérie, je l’aperçois, je vois bien,
tes paupières rougeâtres
et leurs sourcils mouillés, je le sais,
trahissent d’emblée un malheur.
Est-ce une espèce de tristesse, de chagrin?
As-tu le cafard par hasard?
De quoi as-tu peur?
Envahis par des larmes,
tes beaux yeux sont dérobés de leur charme!

Alors trésor, viens t’asseoir sur le bord, auprès de moi,
- tu dois me comprendre, c’est mon devoir -
que je puisse te tendre mon plus beau mouchoir.
Tu te souviens, n’est-ce pas, celui en soie,
ce bel exemplaire
que tu m’as offert pour mon anniversaire
pour tenter, c’est mon plus vif espoir,
à vaincre cet averse dérisoire,
à chasser ce minuscule orage,
en souhaitant que, dans tes yeux souffrants,
réaparaisse lentement
le plein reflet du jeu blanc-bleu des nuages
de façon que je puisse de nouveau davantage
éprouver le profond sentiment
d’un éternel printemps.

A propos, mon amour, quant à tes yeux,
tu te rappelles, un beau jour je t’ai raconté,
plutôt, je t’ai confié un secret
que tes petites mirettes
s’annonçaient prêtes
à être comparées
avec de charmantes fenêtres, et mieux…
tes paupières et leurs sourcils
avec de jolis volets agrémentés de franges
fraîches, étranges et fragiles.

Dès lors, promets-moi, petit trésor,
de maîtriser les larmes déparant ton doux visage,
voilà un vœux qui me rendra heureux.
Tu pourras les lâcher à la cadence d’une violente cascade
quand le jour sera venu que je n’y serai plus
et que le chœur de mon coeur de notre petit village
s’engage à chanter son hymne d’adieu
…l’ultime ballade.

Romain-C. Stofferis

MON BEAU PRINTEMPS A MOI

Bonjour printemps…
théâtre impressionnant, si bienfaisant,
toi, ma belle saison, tu sens si bon,
tant invitante et avenante, tu m’enchantes sous tes rayons.

Joli printemps,
tu m’assures un doux sourire,
je te salue infiniment,
les teintes de ton décor m’attirent,
l’abondance de tes bourgeons
intensifie ma fascination.
Etant d’emblée de loin ma préférée,
chaque année tu es au moins mon point de mire.

Voilà pourquoi, mon beau printemps à moi, étincelant,
charmant, suprême nature, je suis, je te rassure…
sans cesse surpris de ton bouquet, de ton parfum, de ton élan,
toujours ravi de ton tapis, de ta verdure.

Enfin, je me permets, on me saisirera aisément,
d’achever cet éloge saisonnier du printemps,
de terminer mon poème
j’en suis conscient, tout de même…
je comprends, oui, j’ai compris

…que c’est vrai en effet,
comme l’immortel Brel nous chantait,
c’est certain, c’est sûr,
personne n’osera le nier
ça doit être dur…
« dur de mourir au printemps tu sais »

Romain-C. Stofferis

VALENTIJN

VALENTIJN

Van in den beginne
toen ik jou begon te minnen
hou ik onnoemelijk veel van jou.
Je bent mijn hart doen bonzend vrouwkelief
tot in het diepst van mijn gedachten.
Wat mag je meer van mij verwachten,
van mij, als levenslange hartendief.
Wat kan voor jou verheugender zijn
op deze schone dag…
De liefdesdag van Valentijn.

Romain-C. Stofferis

EENDAGSTRANEN

EENDAGSTRANEN

Lieve schat – of ik het merk – ik heb het door,
je ogen zijn als nooit tevoor,
doordrongen van een tranenvliet.
Is ‘t van geluk, van droefheid, van verdriet?
Ben je triest, bang van iets, af te rekenen met sombere gedachten?
Ik ben met jou begaan, ik wil duidelijkheid verwachten.

Komaan liefste, kom even naderbij,
wees een wijl naast mij gezeten,
kijk naar mij en wees blij
zodat ik jou mijn zijden zakdoek aan kan reiken
die ik van jou, je zal het nog wel weten…die tijd van toen,
als geschenk voor mijn verjaardag heb gekregen
omkaderd door een fikse zoen
en overstelpt van liefdesblijken,
warm, teder en genegen.
Een zijden kleinood om je tranen in te dijken,
om ze te vergaren voor pijn en leed op latere jaren,
zodat ik van je tintelende kijkers weer kan dromen
waarin de blauwe wolken zich weerspiegelen,
ik me kan nestelen, weer kan wiegelen.

Trouwens, schat van mij,
wat betreft je ogen vandaag ontsierd door tranenvocht,
herinner je dat mooi moment waarop ik je vertellen mocht,
’t leek wel een geheim dat ik je toevertrouwde
…dat je ogenpaar zowaar kon worden vergeleken
met pittoreske raamkozijntjes,
leuk afgelijnd met tierlantijntjes,
terwijl je oogleden en je immer pimpelende wimpers
als vensterluikjes lijken, opgefleurd met welige wimpels.
Beloof me schat, je tranen in te tomen,
en ze op te sparen voor wat later nog kan komen…

Onder meer als ik jou zal zijn ontvallen.
Laat ze dan maar rollen zoals de stroom van watervallen
terwijl familie, vriend en buur gezamenlijk in koor,
als menig traan zal plengen,
een afscheidslied ten gehore zullen brengen.

Romain-C. Stofferis

WITTE RAAF

WITTE RAAF

Pronkend vlijend vlinderdasje…
wat zit je goed, hoe wonderbaarlijk pas je
op dat hagelblanke overhemdje
omkaderd door een colbertjasje
met borstzak opgezet met een pochet,
niet eigentijds maar wel koket.

Een jongere heer, niet corpulent, geen stoere vent,
blijkbaar geen oog voor modetrend.
Jeans en shirt…duidelijk niet wat hij verkoos,
smalend gezegd…gekleed uit d’oude doos.
Maar wel chic en gaaf, klassiek en braaf,
of, als ik zeggen mag, vandaag de dag, een witte raaf…

Misschien is het wel een geleerde,
of, wie weet, een verkeerde…
Of griffier, of dirigent, of beursgoeroe,
wat hij ook weze, het doet er niet toe.
Al lijkt hij grappig, kijkt hij lollig,
prijkt hij sappig en oubollig.

Of achterlijk, of ouderwets – ‘k hou op! – tot daar…
Want telkens ik hem weer ontwaar,
is het met onverstoorde pret
dat ik zijn blikkenstrelend silhouet
heimelijk bewonder…verzadigd van plezier,
in mijn beoordelingsvizier.

Romain-C. Stofferis

MINDER WIJS EN KAAL OF GRIJS

Ouder worden, rimpels krijgen,
chagrijnig worden, kaal of grijs,
verward geraken, stilaan afgestompt,
minder wijs, verstomd, verdomd…
ziezo de laatste mijlpaal in het leven
waar iedereen met hand en tand,
met vallen, opstaan en met beven,
op een bepaald moment gegeven,
angstig, aarzelend, slecht of goed geleefd,
ongeacht de afkomst, rijkdom, stand,
zich tegen te verzetten heeft.

Jongeren met een flinke bonus levensjaren
hoeven niet te letten op mijn woorden,
het is zo in alle landen, alle oorden,
mij door mijn harde uitspraak
niet verwonderend aan te staren.
Indachtig deze woorden, onvermijdelijk en raak,
zullen zekerlijk ook hen
het onomkeerbare ontwaren
als ik… al lang begraven ben.

Jongeren, danst, zingt en springt,
geniet van ’t leven, profiteert ervan,
want, wie weet, wat wordt het later, wat is het dan.

Zonen, dochters, weest nu eens niet naïef,
voor ouder worden, schoonheid derven,
en dan … uiteindelijk sterven,
bestaat geen alternatief.

Romain-C. Stofferis

LES AROMES DE MON ENFANCE

Il se peut… je dirais
il arrive de temps en temps,
disons même bien souvent,
que je sens de nouveau les fins arômes de mon enfance
qui sortaient de mon nid de naissance.

Tant d’odeurs fines
qui se produisaient ça et là, près de de la cuisine,
me rappelant l’âge de ma sagesse
sous les ailes de ma mère en tablier à fleurs,
y jouant petit prince
à côté de ma soeur,
la digne princesse.

Parfois je sens de nouveau les draps
couvrant ma couchette,
l’air renfermé de ma chambrette
au pensionnat,
redouté par les uns l’estimant trop sévère,
d’autres, le trouvant bien chouette
…il s’avère.

Je sens de nouveau tant de choses,
bref, tout ce qui me rappelle
ma jeunesse toute douce et belle…
le blé, le foin, le petit coin des roses,
le vent qui soufflait de loin
amenant gentiment, bel et bien, ses ingrédients,
la terre effondrée, les betteraves entassées,
la fumée des bûches brûlées
qui crachaient les cheminées.

Il arrive parfois que je sens de nouveau la rangée de poireaux,
de la paille dorée, l’haleine pénétrante des bestiaux,
la sueur des travailleurs, filles et garçons,
rentrant la moisson,
leur plus grand trésor,
l’étable des porcs,
la pipe fourrée des paysans-dirigeants,
régnants robustes, ces maîtres ardents.

Entre-temps vous aurez sans doute compris…
Oui, j’ai vu le jour à la campagne,
mon sublime pays de cocagne.

Dès lors, de mon côté, j’y ai toutefois songé
si je ne dois pas veiller
à ce que cette abondance effrénée de parfums nostalgiques
n’aboutisse en effets allergiques.

Romain-C. Stofferis

Oudere Berichten »

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.